04
mei
2018
|
14:00
Europe/Amsterdam

Proeven van het mbo-onderwijs

MauriceMVT

De journalistiek. Ik werk er zo’n twintig jaar met veel plezier in. Ik kom op plaatsen die velen nooit zullen zien, zit eerste rang bij spannende gebeurtenissen en spreek bijzondere mensen. Ik kijk en luister goed, en vervolgens leg ik duidelijk uit hoe het zit. Da’s de taak van een journalist. Doet een leraar niet hetzelfde, vraag ik me af. Ik denk dat journalistiek en onderwijs veel gemeen hebben. Maar ik zie ook verschillen. Een belangrijk onderscheid is dat een journalist slechts vluchtig contact heeft met degenen die hij interviewt voor zijn verhaal, terwijl een onderwijzer bijdraagt aan de vorming van anderen en een belangrijke rol speelt in hun leven. Door dit inzicht besef ik dat het werk van docent in deze fase van mijn loopbaan beter bij mij past dan dat van journalist. Ik wil de ontwikkeling van mensen tot doel maken van wat ik doe. Na twee decennia zwaai ik het prachtige schrijverschap dus vaarwel en zet ik mijn eerste voorzichtige stappen in een minstens zo mooi vak, het docentschap.

​​​

Wanneer het team van de afdeling Motorvoertuigentechniek in Gouda mij aanbiedt te proeven van het onderwijs door een dagje met hen mee te lopen, grijp ik die kans natuurlijk met beide handen aan. Zo'n uitgelezen mogelijkheid om in de keuken te kijken, krijg je niet iedere dag. De teamleider heeft voor de gelegenheid een rooster op maat voor mij gemaakt. Ik schuif aan bij een theorieles, een les loopbaan en burgerschap en een praktijkles.

Mijn dag begint met een technische theorieles. De studenten, die opgeleid worden tot eerste autotechnicus, krijgen instructie over de werking van de stappenmotor, een essentieel onderdeel van het klimaatsysteem. Taaie stof, vind ik. Het zal nogal wat van de docent vergen om deze toch vooral praktijkgeoriënteerde studenten letterlijk bij de les te houden. Eens zien of hij mijn boekenwijsheid over klassenmanagement in de praktijk brengt. Dat doet hij. De leraar start met het nalopen van de namen van de aanwezigen en herhaalt daarna de stof van de vorige bijeenkomst. Dan steekt hij van wal met nieuwe leerstof. De studenten herkennen de rituelen en voelen zich klaarblijkelijk comfortabel onder de gestructureerde aanpak van hun docent. Hij schept een situatie waarin hij zijn uit doeners bestaande pupillen in alle rust ook ieder voor zich kan laten werken tijdens een oefenopdracht. Ondertussen loopt hij door de klas om eventuele vragen te beantwoorden. Hij zou nu gemakkelijk de regie kunnen verliezen, bedenk ik me; als iedereen ineens aandacht gaat vragen, bestaat het gevaar dat de docent als een ober door de klas moet rennen om iedereen die daarom vraagt te hulp te schieten. Maar het blijft rustig 'op het terras'. De leraar heeft een voorspelbare route die zijn studenten kennen en iedereen weet dát hij zo nodig geholpen wordt bij het maken van de opdracht en wannéér. Pas aan het einde van de les worden de vermoeidheid en het gebrek aan concentratie zichtbaar. De baldadigheid slaat toe. Dat bevreemdt me niet na een blokuur theorie over de unipolaire en bipolaire stappenmotor.

Dwingend karakter

Aan het einde van de ochtend voeg ik me bij een groep studenten die een les loopbaan en burgerschap volgen. Het onderdeel burgerschap bereidt hen voor op een volwaardige deelname aan de maatschappij. In de lessen leren zij vaardigheden en een houding aan om goed te kunnen functioneren in de samenleving. Het vak is net als Nederlands en Engels verplicht voor mbo-studenten. Het dwingende karakter en de afstand van de les tot de praktijk zou nog wel eens een te groot beroep op de intrinsieke motivatie van de studenten kunnen doen, houd ik mijzelf voor. Dat maakt het lesgeven in loopbaan en burgerschap lastig. Ik heb het bij het verkeerde eind. Zodra iedereen z'n plaats heeft gevonden, haakt de docent op een creatieve manier aan bij de praktijk door een promotiefilmpje over autonoom rijden te vertonen. De video dient als 'kapstok' voor een les over de toekomst van automobiliteit en de circulaire economie, zo blijkt. Terwijl de studenten de beelden bekijken, deelt de docent kopieën uit van een NRC-artikel over het nog altijd voortdurende onderzoek naar de vermoede giftigheid van vermalen autobanden op sportvelden. Ze vraagt de klas het krantenartikel te lezen. Aan de hand van het lesmateriaal dat ze aanreikt, start ze een discussie over hoe een duurzame autoproductie kan worden bevorderd. Hergebruik van onderdelen levert een bijdrage aan een groenere footprint van auto's, maar die delen kunnen zich tijdens hun tweede leven wellicht ongewenst gaan gedragen, zo oppert het NRC-stuk. Het debat over dit dilemma, onder leiding van hun lerares, noopt de studenten zich een mening te vormen over een actueel onderwerp dat hen raakt. Ik bemerk dat ze zich vol overgave - en soms zelfs met onvermoede kennis van zaken - in de discussie mengen. Ze zijn zelfs zo betrokken bij het groepsgesprek dat ze op slag de WhatsApp-berichten, YouTube-films en andere niet aan de les gerelateerde zaken die ik van achter uit het klaslokaal her en der op laptopschermen geprojecteerd zie lijken te vergeten. Een groter compliment kun je als leraar voor je les niet krijgen, lijkt mij.

Mijn blik in de keuken bij Motorvoertuigen sluit ik af met - hoe kan het ook anders - een praktijkles. Hier vindt dé voorbereiding op de praktijk plaats. Ik begeef me in een ruimte waar kosten nog moeite gespaard zijn om een goed geoutilleerde werkplaats in te richten. Bruggen, balanceer- en uitlijnapparatuur, noem maar op; alles is aanwezig. Menig directeur van een autobedrijf zou hier handenwrijvend van jaloezie rondlopen, dunkt me. Een handvol praktijkdocenten begeleidt de studenten, die bij de praktijkles vrijwel een hele dag in de werkplaats doorbrengen. Zwaar lijkt dat ze niet te vallen. De aspirant-autotechnici werken met enthousiasme aan bijvoorbeeld storingen in geprepareerde auto's. Er worden ook hele motorblokken ontmanteld en weer in elkaar gezet. Een opmerkelijk project is de junkyardracer, een sloopauto, die de studenten zelf ombouwen tot raceauto. Uiteindelijk zullen ze zelf tijdens een heuse race achter het stuur ervan kruipen. Ik laat me door de docenten uitleggen dat een dergelijk project niet alleen maar leuk en spannend is, maar dat de studenten een beter inzicht krijgen in de techniek en hoe je de gedragingen van een auto met behulp daarvan kunt manipuleren. Terwijl de studenten de rolkooi van hun raceauto in elkaar lassen, leert één van de leraren mij dat de praktijk nergens duidelijker de school binnenkomt dan in de werkplaats. Natuurlijk, er wordt écht gesleuteld. Maar ook de band met het bedrijfsleven is hier tastbaar. Zo worden de in de werkplaats gebruikte auto's soms tegen interessante prijzen aangekocht door de school. Ik kom erover in gesprek met andere praktijkleraren. Ze vertellen dat de beroepsopleidingen en het bedrijfsleven elkaar hard nodig hebben. Ze hebben ideeën om de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt te verbeteren en de kansen van hun studenten op een baan na het afronden van hun opleiding zo groot mogelijk te maken. Bovendien ontvouwen ze plannen om het bedrijfsleven meer bij de school te betrekken. Zaken als fundraising, sponsoring en bruikleen van auto's met de laatste stand der techniek aan boord passeren de revue. Bedrijven kunnen in ruil daarvoor bijvoorbeeld hun voordeel doen met de kunde en actuele technische kennis van gekwalificeerde stagiairs van de school. Hoewel planen als deze, die het mes aan twee kanten moeten laten snijden, natuurlijk nog groen licht van hogere echelons in de organisatie behoeven, zetten ze vast een stip op de horizon.

Opwekkende gedachte

In zowel de instructieles als de geleide discussie en de praktijkles tref ik deskundige en gemotiveerde docenten aan, die met passie hun vak uitoefenen, en studenten die zich met grote inzet bekwamen in hun toekomstige beroep. De gemoedelijke sfeer waarin ik mij een dag lang onderdompel, lijkt de negatieve berichten in de media over verzuim, fraude en andere zaken die het beroepsonderwijs een slecht imago bezorgen te logenstraffen. En dat is een opwekkende gedachte om de dag mee af te sluiten en een stimulans om mij nader te oriënteren op míjn toekomstige vak en wellicht mijn bijdrage aan het mbo-onderwijs.